| Grammatica
Woordvolgorde
Het Portugees heeft als woordvolgorde subject - werkwoord - object.
In de zin "Hond bijt man" is de hond degene die bijt en
de man degene die gebeten wordt. De hond voert de handeling uit
en de man ondergaat de handeling. De woordvolgorde is bepalend voor
de betekenis van een zin. Wanneer de woordvolgorde verandert, verandert
ook de betekenis van een zin.
Zelfstandige naamwoorden
Zelfstandige naamwoorden hebben een geslacht. Alle zelfstandige
naamwoorden zijn óf mannelijk, óf vrouwelijk.
Lidwoorden
Het Portugees kent mannelijke en vrouwelijke lidwoorden, die bepaald
of onbepaald kunnen zijn en enkelvoud of meervoud. Of een lidwoord
mannelijk of vrouwelijk is, enkelvoud of meervoud, hangt af van
het geslacht en het aantal van het zelfstandig naamwoord waar het
lidwoord bij hoort. Het Portugees kent dus in totaal 8 lidwoorden.
| |
Mannelijk |
Vrouwelijk |
| Bepaald enkelvoud |
o |
a |
| Onbepaald enkelvoud |
um |
uma |
| Bepaald meervoud |
os |
as |
| Onbepaald meervoud |
uns |
umas |
Bijvoeglijke naamwoorden
Bijvoeglijke naamwoorden stemmen in geslacht en aantal overeen met
het zelfstandige naamwoord waarnaar ze verwijzen. Een bijvoeglijk
naamwoord kan dus in totaal 4 vormen hebben.
| |
Mannelijk |
Vrouwelijk |
| Enkelvoud |
Branco |
Branca |
| Meervoud |
Brancos |
Brancas |
Werkwoorden
Het Portugees kent regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Van
de regelmatige werkwoorden zijn er verschillende typen. De werkwoorden
"zijn" en "hebben" zijn in het Portugees, net
als in de meeste talen, onregelmatig. Regelmatige Portugese werkwoorden
zijn in 3 groepen te verdelen. Werkwoorden eindigen op -ar, -er
en -ir. Door dit einde van het werkwoord te verwijderen houd je
de stam over. Deze stam krijgt vervolgens uitgangen die afhangen
van het persoonlijk voornaamwoord waar het bij hoort.
| Werkwoorden eindigend op: |
-er |
-ar |
-ir |
| 1e persoon enkelvoud |
-o |
-o |
-o |
| 2e persoon enkelvoud |
-es |
-as |
-es |
| 3e persoon enkelvoud |
-e |
-a |
-e |
| 1e persoon meervoud |
-emos |
-amos |
-imos |
| 2e persoon meervoud |
-em |
-am |
-em |
| 3e persoon meervoud |
-em |
-am |
-em |
|