Agenda


 

 

Lees verder...

De statistieken

Vandaag 18
Deze week 1777
Deze maand 4815
Sinds 11-2008 1331078

Leven - Viver




 

 

 

 

Infinitief O infinitivo
te leven viver
   
Tegenwoordige tijd O presente
ik leef eu vivo
jij leeft tu vives
hij / zij / het leeft ele / ela vive
wij leven nós vivemos
jullie leven vós viveís
zij leven eles / elas vivem
   
Verleden tijd O pretérito
Onvoltooid verleden tijd O pretérito imperfeito
ik leefde eu vivia
jij leefde tu vivias
hij / zij / het leefde ele / ela vivia
wij leefden nós vivíamos
jullie leefden vós vivíeis
zij leefden eles / elas viviam
   
Voltooid tegenwoordige tijd O pretérito perfeito composto
ik heb geleefd eu tenho vivido

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Wat ben ik voor mijzelf? Slechts een gevoel van mij.
Quem sou eu para mim? Só uma sensação minha. "

- Fernando Pessoa -
(1888-1935)

Advertenties

Ook adverteren op deze pagina?