Agenda


 

 

Lees verder...

De statistieken

Vandaag 103
Deze week 417
Deze maand 320
Sinds 11-2008 1276359

Spelen - Jogar




 

 

 

 

 

Infinitief O infinitivo
te spelen jogar
   
Tegenwoordige tijd O presente
ik speel eu jogo
jij speelt tu jogas
hij / zij / het speelt ele / ela joga
wij spelen nós jogamos
jullie spelen vós jogais
zij spelen eles / elas jogam
   
Verleden tijd O pretérito
Onvoltooid verleden tijd O pretérito imperfeito
ik speelde eu jogava
jij speelde tu jogavas
hij / zij / het speelde ele / ela jogava
wij speelden nós jogávamos
jullie speelden vós jogáveis
zij speelden eles / elas jogavam
   
Voltooid tegenwoordige tijd O pretérito perfeito composto
ik heb gespeeld eu tenho jogado

 

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Ik denk, dus ik ben.
Penso, logo existo. "
- René Descartes -
(1596-1650)

Advertenties

Ook adverteren op deze pagina?