Agenda


 

 

Lees verder...

De statistieken

Vandaag 36
Deze week 2080
Deze maand 5915
Sinds 11-2008 1180133

Spreken - Falar




 

 

 

 

 

Infinitief O infinitivo
te spreken falar
   
Tegenwoordige tijd O presente
ik spreek eu falo
jij spreekt tu falas
hij / zij / het spreekt ele / ela fala
wij spreken nós falamos
jullie spreken vós falais
zij spreken eles / elas falam
   
Verleden tijd O pretérito
Onvoltooid verleden tijd O pretérito imperfeito
ik sprak eu falava
jij sprak tu falavas
hij / zij / het sprak ele / ela falava
wij spraken nós falávamos
jullie spraken vós faláveis
zij spraken eles / elas falavam
   
Voltooid tegenwoordige tijd O pretérito perfeito composto
ik heb gesproken eu tenho falado

 

 

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Mijn vaderland is de Portugese taal.
Minha Pátria é a língua portuguesa. "

- Fernando Pessoa -
(1888-1935)

Advertenties

Ook adverteren op deze pagina?